|
Waar we dit jaar heen gaan weten we nog niet op het
moment dat we alles hebben ingepakt. Uiteindelijk besluiten we naar
Frankrijk te gaan omdat we daar nog nooit zijn geweest. Het trok me
nooit. Halverwege Frankrijk besluiten we om Harmien en Piet te verrassen
en naar hun camping te rijden, het is nog maar iets meer dan 200km. We
hadden een adres van een camping in Nyons gekregen waar ze zouden staan.
We hadden de hele dag secundair gereden en besluiten de laatste 200km
verder te rijden op de tolweg naar het zuiden. Dat was dus een verkeerde
beslissing, zodra we op de snelweg kwamen stonden we vast in een
kilometers lange file, die veroorzaakt werd door duizenden
vakantiegangers hoofdzakelijk bestaande uit Nederlanders en die met zijn
allen door de tolpoortjes moesten.
Midden in de nacht arriveerden we op de camping "Les Clos" in Nyons.
Nadat we tent (geleend van Bas en Klaasje, die ze uit Canada mee terug
hadden genomen) hadden opgezet moesten we ons luchtbed nog opblazen. Dit
moest gebeuren met een elektrische pomp aangesloten op de
sigarettenaansluiting van de auto en aangezien dit nogal een herrie
maakte en wij de al slapende kampeerders niet wakker wilden maken, reden
we met het luchtbed buiten de poort. Buiten de camping aangekomen hebben
we het bed boven op de auto opgeblazen. De volgende morgen, nadat we
hebben ingeschreven, zijn we op de camping op zoek gegaan naar Harmien
en Piet. We konden ze niet vinden. Harmien had ons ook nog een ander
adres gegeven 20km verderop in Entrechaux. Daarheen gereden en bij de
receptie te hebben geïnformeerd bleken ze daar ook niet te staan. We
hadden dus geen idee waar en op welke camping ze dan stonden. Totdat ik
's avonds naar de wc ging en een bekende stem in het sanitairblok
hoorde. Stond Piet daar zijn tanden te poetsen. Het bleek dat ze met hun
tent tussen het struikgewas en bomen bij de rivier stonden, daar hadden
we dus niet gekeken.
We verkassen met zijn 4-en naar camping "les 3 Rivières" in Entrechaux,
de camping waar we de dag tevoren tevergeefs waren geweest. Vandaar uit
maken we diverse dagtochten, o.a. naar de Mont Ventoux die, als je in
deze buurt staat, gezien en beklommen moet hebben, ook al is dat niet
met de fiets. Boven heb je een fantastisch uitzicht en zie je zelfs
helemaal de Mont Blanc als het helder weer is. Onderweg naar Marseille
via Orange krijgen we in Orange een ongevalletje. Ik twijfelde of rechts
voorrang had en bleef dus pal op het kruisvlak staan, maar die Fransen
kijken dus alleen maar naar links en rijden daarna als er niets aan komt
gewoon het kruisvlak op. Laten wij daar nu net stil staan, met gevolg
dat een Renault 16 met joekels van mistlampen op zijn bumper onze
zijkant komt inrijden, precies op de scheiding van voorspatbord en deur,
waardoor Carienne niet meer kan uitstappen. (uiteindelijk worden we
terug in Nederland niet in het gelijk gesteld en is de schade voor onze
verzekering) Bij terugkomst uit Marseille herstel ik samen met Piet
zoveel mogelijk de schade. C. kan in ieder geval de deur weer gebruiken.
Na 11 gezellige dagen samen besluiten we om verder te
gaan. Via de zuidkust van Frankrijk, Monaco en Menton, rijden we Italië
in en halverwege de middag zoeken we weer een camping. We komen in
Pietra Ligure bij een camping met dacht ik dezelfde naam. Het ligt
tussen 3 flats in, razend druk en we kunnen onze tent vast maken aan de
haringen van de naast gelegen andere tenten. Je stond daar werkelijk
hutjemutje en we snapten niet dat Nederlanders, die hier rijk
vertegenwoordigd waren, 3 weken op deze camping vakantie vierden. 's
Nacht struikelden dronken jongeren, die waren uitgeweest over de wirwar
van scheerlijnen. Buiten de camping moest je de drukke kustweg
oversteken, daarna een spoortunneltje onderdoor om bij het vieze
kiezelstrand mét als extra een dikke rioolpijp te komen. We zijn de
volgende dag gelijk weer vertrokken. Onderweg doen we Pisa aan voordat
we verder gaan naar Florence. We kamperen 16km onder Florence in Figline
op camping "Norcenni Girasole Club". De camping werd toen bestierd door
een Amerikaanse tweeling die in het bijbehorende wijnkasteel woonden. We
hadden nog nooit zo'n mooie camping gezien. De sanitairblokken waren
rijk betegeld alsof je in een eerste klas hotel vertoefde zo mooi. (In
1985 zijn we hier weer geweest en heeft C. een cursus Italiaans in het
wijnkasteel annex appartementencomplex gevolgd. De camping was toen al
in andere handen en was op zijn minst verdubbeld in grootte.
We bezoeken vanuit hier Florence, Siena en Arezzo en genieten van een
totaal andere omgeving en ambiance dan in Frankrijk.
Waarom we toen besloten hebben om naar Yoegoslavië te gaan kan ik me
totaal niet meer herinneren, maar we nemen op een dag de nachtboot
vanuit Ancona naar Zadar. Ik word al vroeg wakker en maak een paar
prachtige foto's van de zonsopkomst voordat ik C. wakker maak. Het
laatste stuk van de boottocht is werkelijk prachtig. Je vaart tussen
tientallen eilanden door voordat je eindelijk de haven van Zadar nadert.
We zijn de boot afgereden en hebben geeneens Zadar bekeken en gaan
gelijk op zoek naar een camping direct aan de kust. Het wordt camping "Paklenica"
in Starigrad. Wat me van die camping is bijgebleven is dat je onder de
zware pijnbomen stond en dat het toen een hels kabaal was van de
misschien wel honderden cicades, die in die bomen zaten. We blijven maar
1 nacht en rijden door naar de watervallen van Plitvice en staan daar op
camping "Korana". Terwijl we een plekje zoeken op het ongelijke terrein,
rijd ik de auto vast met de bodemplaat op een in het gras verborgen
rotsblok. Met verenigde krachten van wat medekampeerders komen we weer
los. De volgende morgen bezoeken we de watervallen en pakken het
treintje naar het beginpunt van het park. Op de terugrit naar de camping
begint het verschrikkelijk te hozen, net nu we weer verder willen, maar
bij de tent aangekomen is het opgehouden met regenen en in een mum van
tijd is de tent weer droog en konden we die weer inpakken. We rijden
naar Istrië en blijven een paar nachten in Vsar op camping "Puntica" en
genieten een paar daagjes van het strand.
Omdat we Wenen nog nooit hadden gezien èn omdat mijn zus daar bij een
vriendin op bezoek was, besluiten we via deze stad weer richting
Nederland te rijden, 't is maar een kleine omweg nietwaar? We komen op
camping "Wien Süd" en gaan op bezoek bij Ilse de vriendin van mijn zus.
Met zijn 4-en bezoeken we de stad en Ilse fungeert als onze gids. Als we
aan het eind van de middag terugkomen op de camping is deze overspoeld
met Jehova's getuigen die een congres hebben in de stad. De volgende
morgen gaan we op eigen gelegenheid weer de stad in en betalen een
Godsvermogen voor de ondergrondse parkeergarage. C. koopt een mooi vest,
laat dit vervolgens op een terras liggen en we komen hier pas achter als
we een rondrit door het historisch centrum van Wenen per koets maken. 's
Avonds gaan we weer in de stad kijken en vragen op het terras waar we
die middag zaten of ze het vest gevonden hadden, niet dus. We eten bij
hotel Sacher, voor weer een Godsvermogen, een stuk gelijknamige taart.
Deze taart wordt in vier verschillende formaten verpakt in houten
kistjes en gaat de hele wereld over. We vinden Wenen niet zo'n geschikte
stad voor ons en het bedienend personeel op de terrassen zijn bij het
onbeschofte af. (het hoogseizoen moest nog beginnen)
De volgende dag vertrekken we uit Wenen want we willen nog bij Birgit en
Josef langs in Morsbach, Nord-Eifel, maar komen niet verder dan München,
omdat we in een verschrikkelijke file terecht komen. Die duurt zolang,
dat we aan het eind van de middag noodgedwongen aan de rand van de stad
maar een camping opzoeken, camping "München-Obermenzing, toen al een
doorgangscamping. En wat schetst onze verbazing, ook deze camping is
volgelopen met Jehova's getuigen. Ook in München is een congres voor hen
georganiseerd.
De volgende dag slapen we 1 nachtje bij de ouders van Birgit voordat we
weer richting huis gaan.
|